Naar de Oostzee 2008
Printversie

Dag 1: di 15 juli, Terschelling - Ameland, 23 M

Wat wil een mens nog meer dan de wind een beetje mee hebben. Deze is west 5-6 en dus vertrekken we richting oost. Na een laatste werkdag, waarin van alles nog in 7 haasten moet worden afgemaakt, varen we 's middags om half zes de haven van Terschelling uit en laten om kwart voor tien 's avonds het anker vallen in een dikke stortbui aan de oostzijde van de jachthaven van Ameland. Even later vallen we droog. Heerlijk: vakantie.

Dag 2: wo 16 juli, Ameland - Schiermonnikoog, 18 M

Rond 10 uur is het hoogwater. Om kwart over zeven gaan we daarom weer ankerop. Het gebruikelijke Smeriggat boven de Engelsmanplaat is helaas niet meer betond en we nemen, voor het eerst, de route over het Wieringerwad naar Schiermonnikoog. Daar liggen we half elf voor anker. Met de NW wind ligt het daar heerlijk beschut. Het plan om 's avonds door te varen naar Noordpolderzijl laten we dan ook maar voor wat het is. We doen het rustig aan en banjeren wat over Schier: koffie met appelgebak bij Hotel van der Werff, visje eten, enzovoort.

Dag 3: do 17 juli, Schiermonnikoog - Borkum, 30 M

Vandaag begint de wind met SW 3 en eindigt met NW 5, zo nu en dan een buitje. We vertrekken om kwart over acht en vliegen met een behoorlijke vaart over de wantijen van het Groninger Wad. De Eems durven we met deze wind nog net over te steken dwars over de ondiepe M?wensteert. Op de rede onder Borkum is een groot cruiseschip, de Europa (198 m lang), bezig met tenders zijn passagiers uit te laten op Borkum. In grote rookwolken scheuren ze heen en weer tussen schip en haven.

Na precies 6 uur varen gaan we in de beschutting van Borkum voor het wantij ten anker. Het ligt hier rustig en na een enorme plensbui zijn ook de twee grote groepen wadlopers, die bezig waren met een excursie of zoiets, verdwenen.

Dag 4: vr 18 juli, Borkum - Juist, 10 M

Tegen tienen gaan we ankerop Borkum en laten om 12:30 het anker vallen vlak aan de oostzijde van de jachthaven op Juist. Met de ZW wind hebben we daar nog prima beschutting.

Op Juist is het altijd feest, of wij zijn er toevallig altijd bij feesten. Vandaag is de officiele opening van de vernieuwde jachthaven door "der nieders?chsischen Ministerpr?sidenten Christian Wulff" en andere hotemetoten. We zijn getuige van eindeloze toespraken (we liggen net onder de wind van de geluidsinstallatie), gevolgd door ""Ecki der Kinderzauberer" (gaat nog), "Hafenfest Opening mit Hit-Radio Antenne": een urenlang brallende radiopresentator. We liggen dan inmiddels droog en baggeren op laarzen door de blubber naar de havendam die nog steeds vol is van de pakkie deftig heren en zwaar geparfumeerde dames. Om de cultuurschok niet te groot te maken trekken we daar de meegebrachte schoenen aan.

We drinken koffie en eten heerlijk gebak in een restaurant aan het strand (Juist is hier nog geen kilometer breed). Na wat boodschappen drinken we nog een biertje op het hafenfest en blubberen weer terug naar ons plekje.

Het feestprogramma wordt 's avonds om 8 uur voortgezet met "The Tramps, Die Tanz- und Showband": een afgrijselijke band. Dan, om 23:30, als klap op de vuurpijl een lichtshow en een werkelijk spectaculair vuurwerk op het eind van de dam van de jachthaven. Klein minpuntje bij dit alles... de wind is inmiddels gedraaid van W naar ZW. We liggen nu precies onder de wind van het vuurwerk op nog geen 150 meter afstand. Zwaveldampen, oxiden van lichte en zware metalen en nasmeulende papiersnippers op het dek zijn ons deel. 

Dag 5: za 19 juli, Juist - Neßmersiel, 14 M

Op zaterdag is het vervolg van het hafenfest, met wederom een rijkgevuld programma. Wij vertrekken echter om 10:50 na het 2e anker weer te hebben opgevist waarvan de sluiting 's nachts was gebroken.

Onderweg gaat de wind een hele slag in de rondte en in het zeegat tussen Juist en Norderney krijgen we een paar dikke onweersbuien over. Het zicht is zo nu en dan helemaal weg, maar er zit niet veel extra wind in.

Voor het eerst gaan we naar een haventje aan de Duitse kust: Ne?mersiel. Het is een klein, beschut getijdenhaventje wat grotendeels droogvalt. Ik vergeet het roer op te halen maar het wordt probleemloos een meter in de blubber gedrukt. De haven ligt in een mooi kweldergebied waar ook nog een wandelpaadje doorheen loopt. Net achter de dijk ligt dorp, waar we koffie met gebak doen. Daarnaast is een winkel, in een oude lekke schuur: hier en daar hangen emmertje om de ergste lekkage op te vangen. De winkel is van onder tot boven onvoorstelbaar vol gepropt met gebruiksvoorwerpen, souvenirs en prullaria, met heel smalle gangpaden om doorheen te lopen. De uitbater van de winkel is zo mismaakt dat niet is uit te maken of het een man of vrouw is.

Als we 's avonds rustig zitten te genieten van een kopje thee en een goed boek, worden we door Ne?mersieler bootjesmensen dringend uitgenodigd een hapje en een borrel te nuttigen op hun (alweer) havenfeest. Men was oorspronkelijk van plan om het jaarlijkse feest van de watersportclub op Baltrum te vieren, maar vanwege de harde wind is besloten om een partytent op de zetten tussen het toiletgebouw en het havenkantoor. Op het moment dat wij ons, gewapend met een fles Terschellinger Juttersbitter en een trekharmonica in het feestgedruis storten is het feest al enige uren aan de gang en zit de stemming er goed in. "Wo die Nordseewellen", Faria en de zuiderzeebalade kennen ze ook. Rond "sluitingstijd" wordt de partytent opgeruimd. Het losbandige deel van de feestgangers heeft er echter nog niet genoeg van en het feest wordt voortgezet in het havenkantoortje. Al zingend en dansend op harmonica muziek worden veel heildronken uitgebracht, waarin heel bijzondere plaatselijke rituelen zijn verwerkt met veel natte zoenen en alternatieve plaatsen om een borrel in te schenken. Een dame die iets minder vast ter been is gaat door de servieskast en het meubilair heeft erg te lijden.

Dag 6: zo 20 juli, Neßmersiel - Langeoog, 8 M

We worden wakker in ons eigen bootje. Als we een douche nemen zien we de havenmeester wat verdwaast omrommelen met de inventaris van het havenkantoor.

De wind is west 6-7, maar de zon schijnt regelmatig door de wolken heen. Om 12 uur gaan we helemaal dichtgereefd en voor het eerst met zwemvest aan maar weer op pad. Het zeegat tussen Norderney en Baltrum is vrij onstuimig, zodat we netjes de betonning volgen die ons weer naar het wantij onder Baltrum voert. De route door het zeegat tussen Baltrum en Langeoog ligt vrij zuidelijk. Hier is de zee rustig. Kwart voor twee meren we af in de haven van Langeoog. Voor de nacht wordt NW 9 voorspeld en dan lijkt de haven toch wat veiliger. In de loop van de middag lopen we naar het dorp (gedeeltelijk over de lange rechte weg die in de oorlog een startbaan was), zo'n 2 kilometer verderop, want het is zondag en we willen lekker uit eten. We zijn niet erg gelukkig in de keuze van het eethuisje, dus echt lekker eten wordt het niet.

Dag 7: ma 21 juli, Langeoog - Langeoog, 2 M

De storm is nog steeds niet uitgewoed en met deze wind uit het NW is het geen goed idee door het zeegat tussen Langeoog en Spiekeroog te varen. Je moet daar vrij ver naar buiten. We hebben echter genoeg van de haven en gaan het hoekje om. Vlak achter de dijk gooien we het anker uit en vallen droog. Onderweg komen we nog wel even onzacht met een palenscherm net onder water in aanvaring. Deze is blijkbaar nieuw, want hij staat niet op onze, 3 jaar oude, kaart. Verder is dit een heerlijk rustig plekje. Je wordt er in ieder geval minder zenuwachtig dan in de jachthaven met de gierende wind door al die masten en stagen.

Dag 8: di 22 juli, Langeoog - Spiekeroog, 8 M

Vandaag is de wind voldoende afgezwakt en we gaan vroeg in de middag weer ankerop. Voor woensdag wordt minder wind voorspeld, zodat we dan de oversteek naar Cuxhaven aandurven. De haven van Spiekeroog is een relatief goede plek om te vertrekken. Dat wordt dus het reisdoel voor vandaag. We vinden een plekje aan de oostelijke steiger tegen de kwelder aan. Doen boodschappen, koffie met gebak en 's avonds nog even een wandeling. We vergelijken onze verouderde kaart met de iets minder verouderde kaart van de buren. De Otzumer Balje verschuift blijkbaar wat naar het oosten.

Dag 9: wo 23 juli, Spiekeroog - Brunsbüttel, 53 M

Rond 10 uur is het laagwater aan het begin van de Elbe. We vertrekken daarom vroeg. Kwart voor zeven hijsen we het zeil en net voor achten zijn we het zeegat uit bij de Otzumer Balje. Helaas zakt de wind er uit, zodat we rond 10 uur de motor bij moeten zetten. Hoewel sommige stukjes nog wel zeilend lukken, blijft het grotendeels motoren tot aan Cuxhaven. De wind is dan inmiddels helemaal gedraaid naar het noordoosten en weer wat toegenomen. Voor het eerst zomerse temperaturen en het hemd kan uit. We kunnen weer heerlijk zeilen tot aan Brunsbüttel waar we om 19:00 aankomen. De sluis gaat vrij vlot. De jachthaven blijkt vol te liggen, maar een kilometer verder is achter de palen een "Not-yachthafen". Om 20:00 vinden we daar een plekje. Het ligt hier minstens zo rustig als in de jachthaven.

Vandaag hebben we de motor ongeveer evenveel gebruikt als in de afgelopen 3 jaar bij elkaar (6.5 uur).

Dag 10: do 24 juli, Brunsbüttel - Holtenau , 53 M

Met nog eens 10 uur motoren over het Noord-Oostzee kanaal (Kielerkanaal) vestigen we wederom een dubieus record. De gehoopte westenwind is nu een straffe noordooster, zodat de zeilen niet bij kunnen. Het is wel prachtig weer en dat zal het ook een dikke week lang blijven met de oostelijke winden, kracht 4-5.

We vertrekken 's morgens om kwart voor zeven en zijn om half vijf bij de sluis in Holtenau. Op het kanaal natuurlijk veel grote schepen. Spectaculair was vooral toen we werden opgelopen door "Flottbek" in een erg smal stukje kanaal: we lagen een tijdje volkomen stil door de enorme stroomsnelheid om het schip heen.

Na het schutten en afrekenen van het doorvaartgeld (€ 12) meren we vlak achter de sluis in Holtenau, zoals altijd weer verrast door het heldere water en de vele kwallen. Om deze mijlpaal met ons eigen bootje te vieren gaan we een pizzaatje eten in het restaurant aan de Kieler Förde. De kok is een groot goochelaar, maar krijgt bakt ze wel erg bruin. Het lukt maar niet om lekker uit eten te gaan deze vakantie.

We willen de volgende dag boodschappen halen bij Tiessen en kijken vast even bij de winkel. Mis. "De oude Hermann Tiessen is 2 jaar geleden overleden en de winkel is nu een café geworden", vertelt de nieuwe eigenaar. We strijken dan maar neer op het bijbehorende terras en drinken een paar witbiertjes onder het genot van muziek van Harry Bellafonte. Urenlang, en niets anders. Wel leuk overigens.

Dag 11: vr 25 juli, Holtenau - Ærø, 34 M

Kwart voor tien vertrekken we met een stevige noordooster. Onderweg neemt deze nog verder toe, zodat we ook de laatste reef in het grootzeil zetten en een stuk zelfs alleen op de half ingerolde fok varen. Eerst wilden we Langeland aanlopen maar dat is niet ineens bezeild. We maken er dus maar Ærø van.

Aan de westzijde gooien we om kwart voor vijf het anker uit in de beschutting van een klif. Er staat wel wat deining, maar het is prima uit te houden. We genieten van een fris bad, het heldere water, het mooie weer en een ruigpootbuizerd die aan het jagen is op het klif.

Dag 12: za 26 juli, Ærø - Store Svelmø, 20 M

Het wordt nu echt tijd om weer wat boodschappen te doen. We varen daarom boven Avernakø en Bjørnø langs naar Fåborg. In de haven mogen we niet liggen en meren daarom af aan een erg onrustige kade. Fåborg is een leuk stadje met veel oude huizen en een mooie kerk. De meeste winkels zijn in Denemarken dicht op zaterdagmiddag. Er is daarom niet veel te beleven. Na een ijsje vertrekken we dan ook weer. Twee landvasten blijken bij het losmaken bijna doorgeschavield door de onrustige ligplaats.

We zeilen langs de kust van Fünen een ankeren achter een klein eiland met de naam Store Svelmø. Lille Svelmø is nog veel kleiner en zit er als een staartje aan vast. In dit deel van de Oostzee stelt het getij niets voor (hooguit een paar decimeter). Op- en afwaaiing heeft meestal meer invloed op het waterpeil. We hebben daarom dit jaar een opblaasbootje mee om droog van boord te kunnen. We blijken samen precies in te passen en met enige behendigheid is het mogelijk droog aan wal te komen.

Dag 13: zo 27 juli, Store Svelmø - Vigrø, 16 M

Vandaag varen we boven Avernakø en Lyrø langs naar Vigø. Dit is een klein eilandje in de baai ten oosten van Helnæs. Het hele eiland is dicht begroeid met bomen en ondoordringbaar kreupelhout. Het is wel mogelijk het eilandje helemaal rond te lopen, hoewel niet met droge voeten. Met dit schitterende weer vermaken we ons verder met zwemmen en een glaasje wijn.

Dag 14: ma 28 juli, Vigø - Dyvig (Als), 24 M

Onder spinaker steken we de Kleine Belt over naar Als dat een beetje de vorm heeft van een dinosaurus. De bek van het beest is een ondiepe inham met allemaal mooie ankerplaatsen en een paar jachthaventjes. In één van de haventjes kopen we koffie: die waren we vergeten in F?borg . Daarna gaan we een stukje terug ten anker in Dyvig.

Dag 15: di 29 juli, Dyvig - Torø, 18 M

Met het mooie zeilweer kan het allemaal niet op en zo vliegen we vandaag weer naar het noorden: naar Torø, een eilandje bij de stad Assens. Op dit eilandje staat een soort jeugdherberg en een hele groep jeugd vermaakt zich met zwemmen in de golven aan de zuidkant. We lopen het grootste deel van het eiland in een uurtje tijd om. 's Avonds verkassen we een stukje naar de kust van Fünen omdat de harde wind van zuidoost is gedraaid naar oost.

Intussen heeft Rinske een zeildipje. Ze heeft het een beetje gehad met dat gejakker van hot naar her. We besluiten daarom maar niet verder naar het noorden op te steken en weer rustig aan de terugtocht te beginnen.

Dag 16: wo 30 juli, Torø - Varnæs (Jutland), 23 M

's Morgens is het bewolkt en het regent een beetje, maar later klaart het weer helemaal op. We zeilen om Ørø heen en dan naar Varnæs Vig in de Aabenraa Fjord: met deze wind  een schitterende ankerplaats. 's Avonds maken we een lange wandeling over Varnæs Hoved en door de pas geoogste graanvelden weer terug. Onderweg heel veel bramen gegeten en herten gezien. Tenslotte een prachtige zonsondergang.

Dag 17: do 31 juli, Varnæs Vig  - Sebbelev Nor, 22 M

We zijn weer aan wat boodschappen toe en die willen we halen in Augustenborg, helemaal op het eind van de Augustenborgfjord op Als. Op de kaart lijkt het een aardig stadje, maar dat blijkt wat tegen te vallen. We leggen aan in de jachthaven, verzamelen de vieze kleding voor de wasserette, kleden ons netjes voor het diner en stappen aan land. Een wasserette blijkt er niet te zijn, veel meer dan een cafetaria en een pizzahut is er niet aan eetgelegenheden. We doen daarom alleen maar wat inkopen en gaan weer terug aan boord. Dan ook maar weer de jachthaven uit met zijn gierende masten. We zeilen weer een eindje terug naar een ondiepe inham: Sebbelev Nor. Terwijl Rinkse het diner bereidt doe ik dan de was (in het rubberbootje). Zo zijn we dan toch weer helemaal op regel. 's Avonds zien we vuurwerk boven Sønderborg. Havenfeesten zeker.

Dag 18: vr 1 aug, Sebbelev Nor - Kegnæs, 19 M

Tegen de middag gaan we ankerop: terug door de Augustenborgfjord en weer de Als Sund in naar S?nderborg waar we om half twee door de brug gaan. Er zit verandering van weer in de lucht. De wind valt weg en neemt dan weer toe. Net als we het anker hebben laten vallen aan de noordwestzijde van Kegnæs draait de wind plotseling naar het zuid-westen. We halen het anker weer binnen en zeilen om de noordpunt heen naar de beschutte noordoostzijde: het beschutte Horup Hav. Dan begint het ook nog flink te regenen, maar binnen zit het warm en droog.

Dag 19: za 2 aug, Kegnæs- Schlei, 21 M

De wind zit nu dus na een dikke week oostelijk te zijn geweest in het zuidwesten. We varen vandaag naar de Schlei en dat is mooi bezeild. Als we de Schlei in draaien blijkt daar minstens 2 knopen stroom te staan. De wind is intussen weer fors toegenomen, zodat we toch lekker opschieten ondanks dat we een paar slagen moeten maken. Zuidelijk van Maasholm is een ankerbaai, waarin we het anker laten vallen.

Een half uur later komt een Duitse boot ook ankeren. Hoewel er zeeën van ruimte zijn gaat hij 2 scheepslengten bij ons vandaan liggen. Dat vinden we toch wat te gezellig: We trekken de kiel omhoog en varen verder de ondiepe baai in tot bijna aan de kant. Hier ligt het eigenlijk nog veel mooier. Dank u wel. 's Avonds trekken we de boot helemaal tegen de kant om een wandeling te maken. Het blijkt dan dat we vlak bij een soort slot met boerderij liggen. Daaromheen een parkachtig terrein. In Kappeln, een paar kilometer verderop, is, hoe kan het anders, een Hafenfest in volle gang met livemuziek en vuurwerk na.

Dag 20: zo 3 aug, Schlei - Rendsburg, 43 M

Vandaag arriveert de aflossing voor Rinske in Denemarken. Rinske moet de komende week weer aan het werk. Kennissen waren van plan juist deze dagen weer vanuit het hoge noorden met de Camper af te zakken naar huis toe. Zij zullen Rinske oppikken en Anne zal me de thuisreis vergezellen. We zullen elkaar vandaag treffen in Rendsburg. Dat is nog een aardige reis, dus gaan we 's morgens om acht uur al weer ankerop. Halféén zijn we terug in Holtenau en na anderhalf uur kunnen we de sluis weer uitvaren. Dan, na bijna 20 mijl motoren (de wind komt nu helaas uit het westen), zijn we bij Rendsburg, waar we door een andere zeilboot naar een rustig haventje aan de Eider worden geloodst. Na wat heen en weer getelefoneer arriveren de Campergasten ook bij de jachthaven.

Omdat Rinske vandaag jarig is gaan we met zijn allen lekker uit eten in een eenvoudig, maar oh zo lekker restaurantje. Na nog even napraten en -borrelen, duiken we voor de laatste nacht samen het bootje in. Het regent de hele nacht hard.

Dag 21: ma 4 aug, Rendsburg - Brunsbüttel, 36 M

Boodschappen halen, afscheid nemen en dan gaan we tegen elven los uit de haven van de Eider Yachtklub. Weer bijna 7 uur motoren. De wind neemt intussen toe tot stormachtig. Ons tegemoet varende bruine vloot schepen hellen alleen op masten en want al vervaarlijk over. We gaan dan ook maar niet de sluizen door en meren om half zes af achter hetzelfde remmingwerk als de heenreis. We liggen voor een kleine Nederlandse zeilboot. De gepensioneerde opvarenden zijn blij eindelijk eens een Nederlands bootje van ongeveer gelijke lengte te zien. Ze zijn op te terugweg van een maandenlange tocht naar Zweden en hebben bijna uitsluitend grote jachten gezien. We dopen hem om tot gewezen aardrijkskundeleraar.

Dag 22: di 5 aug, Brunsbüttel - Bremerhaven, 40 M

Gewoontegetrouw spring ik de volgende morgen om half acht overboord voor een bad. Mijn zwembroek is in Denemarken overboord gegaan: de vrouw van onze aardrijkskundeleraar wordt er niet anders van. Zij maken zich op om door de sluis te gaan die spoedig zal openen. Ik haal Anne uit het toiletgebouw, waar hij zich, voorlopig voor de laatste keer, staat te scheren en dan maken wij ook los. In de sluis zetten we alles stormvast en hijsen ons in de zeilpakken. Er staat namelijk nog een dikke 6 uit het westen. Met het afgaande tij op de Elbe levert dit een mooi zeetje op. Samen met nog 2 andere schepen (die overigens de motor bijhouden) hijsen we de zeilen, de rest gaat op de motor naar Cuxhaven. Wij gaan nauwelijks langzamer dan de motoraars hoewel wij zo nu en dan een slagje moeten maken. Ik heb geen zin één of meer dagen verwaaid te liggen in Cuxhaven, daarom stoppen we in Otterndorf waar we om kwart over tien in de jachthaven aanleggen.

Het doel is om binnendoor naar Bremerhaven te varen. We zoeken de sluismeester op en krijgen te horen dat hij tegen enen gaat draaien. Daarop halen we de mast naar beneden, maken nog een wandelingetje door Otterndorf en gaan dan voor de sluis liggen. Je komt door een soort duiker in de sluis die met ophaalschuiven wordt bediend. Dit moet allemaal een beetje uitkomen met het tij: niet te veel water i.v.m. de doorvaarthoogte en niet te weinig water i.v.m. de diepgang. Wij hebben dus geluk dat we er vandaag nog redelijk vlot door kunnen. Om 13:20 varen we het Hadelner Kanal op. Hoewel smaller en rechter, lijkt het wel wat op de Dokkumer Ee. Eigenlijk best een mooie tocht met bij Lintig een zelfbedieningssluisje, ook weer met ophaalschuiven. Na 3/4 van de afstand gaat het kanaal over in de Geeste en kom je meer in een landschap van rietlanden. Tenslotte stranden we om half acht voor de sluis in Bremerhaven. De hele reis zijn we 2 boten tegengekomen: een kanovaarder halverwege en een motorboot vlak bij Bremerhaven. We hebben er 31 mijl kanaal op zitten.

Dag 23: wo 6 aug, Bremerhaven - Wangerooge, 37 M

Als ik de volgende morgen gewoontegetrouw om kwart voor acht overboord spring voor een frisse duik zie ik dat de sluis openstaat en twee schepen naar binnen varen. Ik klim meteen weer aan boord, trek wat kleren aan en gooi los. Jammer voor Anne, want hij had zichzelf net overwonnen en stond ook klaar om het water in te duiken. Als we naar de sluis varen gaat hij alweer dicht, maar gelukkig ziet de sluismeester ons aankomen. Hij breekt de procedure af en haalt de schuif weer omhoog. Op de motor slingeren we ons vervolgens door de stad en na de laatste brug leggen we aan om de mast weer op te zetten. Daarbij blijkt de lummel van de giek afgebroken te zijn. Anne was al even de wal opgeweest en had vlakbij een watersportwinkel gezien. Daar blijken ze een dingetje te hebben wat wonderwel het afgebroken onderdeel kan vervangen. Het zit allemaal weer erg mee. Bij Nederlandse buren die met een botter of zoiets al maandenlang op stap zijn, spieken we even in de kaarten, want van dit stukje hebben we alleen een autokaart.

Om half tien zeilen we Bremerhaven uit en met het afgaand tij en in een druilerige motregen de Wezer af. Langs eindeloze containerterminals. Zuidoostelijk van de Alte Mellem kentert het tij op het juiste moment en kruisen we de Ferderwarder Priel in tot aan het wantij van de Kaiserbalje. Daar laten we ons vastlopen. De zon is inmiddels weer verschenen en we lopen nog even over het wad en tenslotte kan Anne zijn uitgestelde bad toch nog nemen.

Als er weer genoeg water is gaan we onder zeil en kruisen het wantij over. De wind uit het zuidwesten wordt steeds zwakker en komt op een gegeven moment van alle kanten. Als we bijna wanhopen, steekt er toch weer een lekkere noordwester op en kunnen we de Jade, inmiddels weer met afgaand water redelijk vlot afzeilen. We verwachten vast te lopen onder Minsener Oog, maar komen tot onze verbazing nog over het wantij. Zodoende gaan we om acht uur 's avonds ten anker op de oostpunt van Wangerooge. Een half uur later liggen we droog: we zijn het enige schip zover het oog reikt. Met een wandeling om de oostpunt van het eiland sluiten we een mooie zeildag af.

Dag 24: do 7 aug, Wangerooge - Norderney, 34 M

Het is heel vroeg hoogwater en daarom halen we het anker om kwart voor vijf binnen en zeilen het halfduister in. De eerste etappe brengt ons over twee wantijen naar Spiekeroog waar we net naast de vaargeul vlak voor de haven droogvallen om kwart voor acht. Het is al broeierig warm en voor de middag wordt onweer voorspeld met zware windstoten.

We gaan na een wandeling koffie drinken in het dorp en halen wat boodschappen. Rond de middag zijn we weer los. Na even water tanken in de jachthaven gaan we om om 13:00 weer op pad voor de tweede etappe vandaag. Maar even kijken wanneer het beloofde onweer toeslaat. Onder Langeoog komt een uur later de eerste bui opzetten en we reven de zeilen. Een hoop regen en wind, maar we kunnen lekker doorzeilen. twee uur later onder Norderney krijgen we de 2e onweersbui over. Nu halen we het grootzeil ook maar even naar beneden, want hier zitten wel aardige windstoten in. Op een gegeven moment is het zicht ook helemaal weg door de hoosbui. Maar ook deze bui gaat over en we ankeren om droog te vallen in een beschutte hoek onder de dijk van Norderney. Nat zijn we toch al, dus meteen nog maar even badderen.

Dag 25: vr 8 aug, Norderney - Lauwersoog, 57 M

Dik 5 uur is het alweer varen om over het wantij bij Juist te komen. Het wordt toch nog een hele worsteling met zowel de wind als de stroom tegen, maar we halen het. Dan op naar Borkum. Daar blijkt dat de route is verlegd naar het oostelijker gelegen Evermannsgat. We stranden nu voor een zandplaat die helemaal droog ligt. Het is pal laag water en we lopen nog even de plaat over. Na een vroege lunch nog even een middagdutje. De wind is noord geworden en het hobbelt erg in het onbeschutte gat. Zodra er genoeg water op de plaat staat zeil ik de boot in de luwte van Borkum en ga weer voor anker. Anne slaapt lekker door.

Om 14:30 halen we het anker weer op en varen onder Borkum door in een noordelijke wind, een dikke 6. De Eems is relatief rustig met wind en stroom in dezelfde richting en we steken de Eems boven de M?wensteert langs over. Het schiet lekker op met deze wind. We stellen ons einddoel voor vandaag dan ook een paar keer bij: Noordpolderzijl, Hornhuizerwad (waar we tot onze verbazing met kiel en roer omhoog nog net overheen schuiven), om uiteindelijk in Lauwersoog in de haven aan een vissersschip vast te maken. Het is dan 9 uur 's avonds. De borrel is welverdiend.

Dag 26: za 9 aug, Lauwersoog - Ameland, 24 M

Om 8 uur vertrekken we naar de Engelsmanplaat,  want daar is Anne nog nooit geweest. We zijn de enige boot daar. Na een fris ochtendbad (Anne ook!) maken we de gebruikelijke wandeling naar de bewakershut en maken even een praatje met de bewoners.

Daarna weer verder over het Wieringerwad. Onderweg schiet de spanner van het voorstag los. Gelukkig is die geborgd met een ketting anders hadden we de mast op ons dak gehad. Na wat prutsen en buigen krijgen we alles weer goed vast. Zoveel mogelijk afstekend scharrelen we met grote slagen over het wantij van Ameland. Het laatste stuk loopt uit op een wedstrijd met een andere klein zeiljacht dat we meer en meer inhalen. Uiteindelijk komen ze net voor ons in de haven van Ameland aan. Wij gaan ook in de haven liggen omdat de wind zuid is en toeneemt tot een dikke 7. De ankerplek is ons te onbeschut.

Dag 27: zo 10 aug, Ameland - Terschelling, 31 M

De wind is nog steeds zuidwest 7, maar rond half twee wagen we het er toch maar op. Alles gaat goed, alleen de voortgang is wat minder dan gehoopt. Zodoende krijgen we bij de Blauwe Balg de stroom al weer tegen. Jammer, maar toch de motor maar bij. De wind wordt ook niet minder zodat we heel veel buiswater overkrijgen en helemaal schoongespoeld tegen achten 's avonds op ons vaste plekje afmeren.

Ten slotte.

In 27 dagen hebben we 686 mijl (op het log) gevaren, waarvan ca. 185 mijl op de motor (37 uur, 60 liter benzine). Hierin zit natuurlijk ook de 110 mijl Kielerkanaal.

Met het weer hebben we het getroffen: altijd genoeg wind om te zeilen, op de Oostzee een dikke week oostenwind en een strakblauwe hemel.